vrijdag 1 november 2013

Een paar oude blogjes

Nu blijkt dat hyves opgeheven wordt, kopieer ik even een paar blogjes.. Ik heb er zoveel, zoveel relaties die uitgingen en weer aan en weer uit en.. eigenlijk waren het er drie, maar juist die ene voelde zo overweldigend. Ik heb een pagina vol met blogs over Bobby (damn.. ik dacht nooit meer aan hem, maar bij het zien van alle foto's, wordt ik zo verdrietig), ik heb een paar blogs over school, ik heb een paar blogs over net die ene ex. En de meeste blogs heb ik niet gekopieerd:)

Ik had een blog over mijn beppe Klaasje. Het was karakteristiek, het was helemaal zij, het was trots, het was bijzonder. En ik ben het kwijt.. Dus die ontbreekt.

Voor iedereen die het wil lezen, en voor mezelf, is dit nu wat erop staat

16-11-2008 zestiennovembertweeduizendzevenofacht

Het is uit. Theoretisch gezien wist ik dit allang. Ik heb het zelf gedaan, besloten dat ik zo niet verder wilde. Het deed pijn. Mensen zeggen dat sex leuk is, maar ik merktte er niets van. Ik kon het niet zo.. en dus heb ik het panisch op de meest ruwe, wanhopige manier afgebroken.

In groep zes heb ik verkering gevraagd aan mijn buurjongentje uit groep drie. Ik was negen of tien, hij was zes jaar oud. Als ik dit zo hoor, heb ik direct medelijden met hem.. Je zult maar op die leeftijd verkering moeten krijgen met een kind dat anderhalf keer zo oud is als jou. Destijds had ik nergens problemen mee. Ik was een kind en ik zag hem niet als kleuter, maar gewoon als het leuke buurjongentje met wie ik graag speelde. Ik vtroeg hem verkering omdat ik wat aandacht voor mij alleen wilde. Ik wilde graag met hem spelen en bij hem horen. Verder geen gekus of wat dan ook. En weetje.. meer dan tien jaar later had ik dit nog. Ik viel plots in een relatie, ik wist me even geen houding te geven, maar ik ging er wel mee door. Natuurtlijk ging ik ermee door! Ik wilde graag bij je zijn. Ik wilde samen dingen doen, op mijn manier spelen: wandelen, naar de film, rondhangen, tekenen, brieven naar elkaar schrijven, kijken naar de sterren, genieten of weet ik veel.. Samen zijn zonder iets te moeten. Geen getút en geen geklef. Lang leve de lol en dan stiekem serieus bij elkaar willen blijven.

Jij keek hier iets anders tegenaan. Het was alsof we constant moesten zoenen om te bevestigen dat we bij elkaar hoorden. Ik kan daar neit goed mee omgaan. Ik heb het geprobeerd omdat ik je niet kwijt wilde, omdat je toch de liefste was. En de mooiste. En de schattigste. De grappigste. De lekkerste. De heerlijkeerlijkste. Omdat je geweldig was (en bent)! Ik heb het geprobeerd. Ik heb het zo hard geprobeerd dat ik eronder doorging. Ondertussen denk ik dat het wel beter is.. Je zoent me niet steeds meer. Je doet geen dingen met me die ik niet wil. Je drukt me niet in een rol waaraan ik neit kan voldoen. Ik hoef me niet meer als opblaaspop te gedragen, want ..*auw! Ik kan niet geloven dat dit mij minder pijn deed dan de hoeveelheid die jij genoot.

Het is uit.

Je hebt me afgewezen. Natuurlijk op de lompste manier die je je kunt indenken. Op een manier die zo pijnlijk voelt, waarbij je jezelf in je ballen hebt getrapt, maar niet zo hard als mij. (Denkbeeldig kun je zó hard trappen! En aan mijn denkbeeldige lichaamsdelen voelt het alsof er iets wordt afgescheurd..) Het heeft even geduurd, maar nu wil je me niet meer. Je weigert me aan te raken. Je wilt me niet zoenen. Je loopt me zo voorbij en je bent in je harde manier van praten, je enorm lompe kwetsende bewoording, nog steeds de heerlijkeerlijkste.

Het feit dat je me niet steeds zoent, dat je me niet constant aanraakt. Dat al dat getút weg is.. Geen geklef, geen getút, geen geneuk, HOE HEERLIJK! Ik ben weer gewoon dat meisje op de basisschool met haar stoepkrijt, dat lekker aan het kliederen is. Ik ren in mijn oude broek door de modder en ik geniet ervan om keihard met mijn roze laarsjes in een waterplas te springen. Maar oh.. ik mis je. Sprong je maar met me mee. Keek je maar ook naar de sporen die we achterlaten in de modder, of naar de manier waarop een boom beweegt in de wind. Kon ik je maar schrijven, of gewoon even zeggen dat ik aan je denk, dat ik je graag wil showen wat ik heb getekend of hoe ik heb ontdekt dat ongemengde verf een bijzonder effect kan hebben. Kon ik je maar vertellen dat het afgietwater van de rode kool zo'n mooie kleur heeft en dat ik je mis als ik in mijn ééntje naar de ondergaande zon kijk. Weetje.. laat al dat getút, geklef en geneuk maar zitten. Vergeet wat je van me wilt, maar weet dat ik je geweldig vind en dat ik jou héél hard wil. Gewoon omdat het niet meer kan.

Het is uit. Theoretisch gezien wist ik dit allang. Maar praktisch gezien.. het dringt nog steeds niet helemaal door, dat ik behalve van de sex, ook bevrijd ben van jou, van jouw liefde, jouw vertrouwen in mij, in ons, jouw trouw, de wetenschap dat je altijd bij me blijft.

ik mis je

22-11-2008 bereikte doelen en een gelukkige Frouk

Today is gonna be the day
That they're gonna throw it back to you
By now you should've somehow
Realized what you gotta do'


Je bent niet jarig, maar je geeft een feest.
Ik kom naar je toe.
Je komt wat later thuis en ik wacht op je.
Je vraagt hoe het gaat, wat ik heb gedaan afgelopen week en ik zeg je dat ik weinig heb uitgevoerd, dat mijn ex nog is langsgeweest.
Je vraagt me of ik met hem heb gezoend.
Ik heb je nooit weer zo vies zien kijken, als op het moment waarop ik bevestigend had geantwoord.

Ik zie je nog zitten.
Jij met je gitaar, je zingen, je zelfgeschreven nummers, de aloude bekende nummers die je zingt terwijl iedereen luistert, erdoor heen praat, peuken rookt en sterke drank of bier drinkt.
Je zingt.
Ik luister aandachtig.
Je bent bloedmooi.
Je bent ontroerend.
Je zingt alsof al die woorden uit het diepst van je hart komen en ik hoor ze in mijn hart weergalmen:
'There are many things that I'd like to say to you, but I don't know how' 

Je zegt dat je dit nummer voor mij zingt.
Ik val bijna van de bank..
Voor mij!?
Jaah, zeg je, puur vriendschappelijk
omdat ik zo diep zat te luisteren

Dit was de avond dat je me voor het eerst zoende
'I don't believe that anybody feels the way I do 'bout you now'


Ik ben naar huis gegaan.
Je hebt me nog gevraagd waarom ik jou zoende.
Ik heb niet geantwoord dat jij degene was die mij op m'n bek pakte.. Ik heb niets gezegd, ik wist het allemaal niet zo.
Het was overweldigend:
ik voel me down, ik zit in een groep onbekende mensen, ik vind er geen fuck aan, maar er is muziek, mooie muziek, gezongen en gespeeld door een mooie jongen, het raakt me, ik voel iets van herkenning, vervolgens wordt het hele verlangende nummer aan mij opgedragen én opeens sta ik te zoenen met een man die zo anders bijzonder is dat ik nooit had gedacht dat hij iets in me zou zien  



'And all the roads we have to walk are winding
And all the lights that lead us there are blinding
There are many things that I would
Like to say to you
But I don't know how'


We bleken vrienden te blijven
vrienden
(dat is meer dan we ooit waren)

Ik kom weer bij je.
Ik zie je zitten, ik hoor je nog praten:
je wilt muziek maken
geld is niet belangrijk
je hebt niets met aanzien
je hoeft geen echte baan
je wilt muziek maken
je wilt mensen ontroeren
dát is wat je wilt..
je hoeft niet zo nodig beroemd te worden
je hoeft niet op een poster in de hitkrant
je hoeft niet op een bandshirt 

je wilt mensen raken met je muziek
ook al zijn het maar drie mannetjes in het bejaardentehuis
en als ik vergelijkbaar was met drie oude mannetjes
dan had jij je doel allang gehaald


Jij met je wonderwall
Het is bijna aan
tussen ons, bedoel ik
Er zijn nummers die je nog voor me wilt spelen
En je zingt
alsof ik alles voor je ben

Je bent jarig en je geeft een feest.
Ik kom naar je toe.
Ik zie je nog zitten.
Wegens ruimtegebrek (verliefdheid is geen reden) zit ik op je schoot.
Je houdt mijn hand vast.
Ik ga naar huis.
Je geeft me een kus en ik vraag je niet waarom.

Het gaat uit
Verdrietig  


weemoedig
teleurgesteld
vol valse hoop
draai ik wonderwall:
'There are many things that I'd like to say to you but I don't know how'
Kwaad ben ik ook

Het is over
na een week ben ik eroverheen

Laat maar zitten
Ik heb veel voor je gevoeld
Veel aan je gehad
maar als je zo naar me kijkt.. laat dan maar zitten

Ik loop door de supermarkt
er wordt een nummer gedraaid dat ik ken
ik blèr mee,
ik weet dat het vals klinkt en ik
praat ondertussen in mezelf:
waarom kan ik de krenten nou niet vinden!?
vlak voor het moment waarop ik rozijnen vind (de krenten zijn spoorloos)
realiseer ik me dat dit wonderwall is
het meest ontroerende nummer dat ik ken

en ik kan je feliciteren:
je hebt zoveel met mij gedaan,
zoveel bereikt met je verhalen en je muziek,
dat zelfs het meest speciale nummer niets met me doet

(dat je even weet dat je veel bij me hebt losgemaakt, maar vooral veel hebt doodgegooid met je muziek)

'Today was gonna be the day
But they'll never throw it back to you
By now you should've somehow
Realized what you're not to do'
 

30-12-2009 ohg woningbouwvereniging!

Geachte heer/ mevrouw Deltawonen,
vanmiddag had ik het genoegen kennis te maken met één van uw monteurs, dit ten gevolge van het genoeglijke gesprek wat ik vanochtend met één van uw medewerkers op kantoor voerde en dit was weer het genoeglijke vervolg van het telefoongesprek dat ik gisteravond met een andere medewerker voerde. U begrijpt: ik raak helemaal geïntegreerd in uw bedrijf.

De reden waarom ik zoveel contact opneem met u en uw medewerkers is het slot van mijn voordeur. Het wil namelijk zo dat dit slot enorm sterk en inbraakbeveiligd is. Dit stel ik zeer op prijs. Ik ben enorm bang dat van al die lelijke studentenflats, juist bij mij zal worden ingebroken! Echter.. dit slot is ook Froukje-safe. Dit laatste vind ik minder prettig; op het moment dat ik thuis kom, zou ik graag naar binnen gaan. Ik stel het op prijs dat u mij de gelegenheid geeft om te genieten van het prachtige roosterbalkon en het uitzicht op een kantoorgebouw met parkeerplaats aan de overkant, maar ik betaal voor een kamer! Ik heb hiervan de sleutel en ik vind dat ik het recht heb om hieraan te gaan!

Dat uw inbraakbeveiligde slot sterker is dan mijn sleutel, vind ik niet fijn. Ik zou graag willen dat de deur zich opent wanneer ik de daartoe bedoelde handelingen doe en niet dat de sleutel afbreekt. Om u hiervan op de hoogte te stellen, heb ik vanochtend een bezoekje gebtracht aan uw kantoor. De baliemedewerkster vertelde me dat ik hierover gebeld zou worden, één dezer dagen en dan zou ik een afspraak kunnen maken voor een monteur om langs te komen. Tot die tijd moest ik maar binnen blijven, want helaas.. éénmaal buiten krijg ik de deur niet meer open.


Zodoende ben ik met mijn telefoon in de hand naast de voordeur gaan zitten. Diezelfde middag nog kwam er iemand langs, mijn hartelijke dank voor deze snelle afhandeling. Helaas ging de afhandeling iets té snel.. Deze meneer vertelde me dat mijn sleutel niet goed genoeg was omdat deze is gekopieerd, hij spoot wat olie in het slot en hij vertrok. (Overigens moet ik zeggen dat ik mij genoodzaakt voel om mijn sleutel te kopieren wanneer deze steeds afbreekt..) Het slot leek het inderdaad beter te doen, maar wat ik u en de desbetreffende meneer niet heb verteld, is dat het slot niet áltijd moeilijk doet.. Juist op het moment dat die monteur er is, doet zo'n slot het! U begrijpt: dit is de wet van Murphy, kan niet missen!

Echter.. nadat ik vanavond uit eten ben geweest (ja, het was gezellig, dankuwel voor uw belangstelling), kreeg ik de deur niet open. Ik heb de sleutel in het slot gestoken en het meer dan vijf maal geprobeerd, maar helaas.. Het slot was te sterk, mijn sleutel begon vervaarlijk te buigen en voordat deze helemaal afbreken zou, heb ik het opgegeven.

Vandaar dat ik nu gevlucht ben naar verdere oorden. Zolang het slot niet gemaakt is, durf ik niet terug te keren. Vermoedelijk had de baliejuffrouw gelijk: de cilinder van het slot moet vervangen worden. Of, wie weet, moet het hele slot vervangen worden.

Ik hoop dat u binnenkort weer een monteur kunt sturen en dat u zo vriendelijk wilt zijn contact met mij op te nemen wanneer het slot gemaakt is, want mijns inziens kan ik nu werkelijk niet veilig het huis in! U zou mij er een plezier mee doen wanneer u zo vriendelijk bent om de kosten van de sleutelkopieerservice te vergoeden en de huur van de dagen dat ik niet in staat ben mijn huis te betreden, terug te storten.
Hoogachtend,
uw huurster van kamer 21Cornelis 

09-01-2010 de berg en het dal

ik rende de berg op. ik rende al jaren. iedereen rende, allemaal naar boven, heel mijn familie doet aan bergbeklimmen, want zeg nou zelf, wie wil er nou niet aan de top komen?

ik dacht wel eens dat ik het zwaarder had, dat mijn rugzak meer woog, dat mijn benen korter waren waardoor ik veel meer stappen moest zetten. ik had het idee dat die anderen zoveel sneller waren, dat hun bergschoenen een beter profiel hadden misschien. maar dat hoef je niet te zeggen.. nee, voor de anderen is de berg net zo stijl. iedereen heeft het er moeilijk mee, allemaal zijn ze met zichzelf bezig, allemaal proberen ze de tocht naar boven vol te houden,. en als ik maar genoeg omhoog kijk, denk ik niet aan de mogelijkheid om te vallen, zelfs niet als ik vlak langs de afgrond loop.en ik liep vlak langs de afgrond en hoe hard ik ook omhoog keek, ik was bang om te vallen.. ik raakte achter en men merkte het niet. ik raakte achter en allemaal keken ze omhoog.

toen.. het zat er al tijden aan te komen en toch geheel onverwacht, viel ik. ze hebben het niet gezien, de anderen, ze lopen verder, ze kijken omhoog. en dat waar ik zo bang voor was, het vallen, was langt zo erg niet. het was ook zomaar voorbij.. het neerkomen was pijnlijk, ik heb beide enkels gebroken. ik had pijn, ik voelde me zo alleen, maar de bloemen spraken tegen me en ik moest opstaan. ik heb mijn rugzak laten liggen. ik ben op mijn knieën gaan zitten, ik heb omhoog gekeken. dit is de schaduwzijde van de berg, maar de lucht lijkt zoveel blauwer, de zon lijkt zoveel vrolijker en er zijn zoveel mooie bloempjes hier.


natuurlijk, ik ben alleen. ik wil regelmatig, op mijn blote knietjes de berg op strompelen. ik wil schreeuwen: neem me mee! ik denk aan alles wat ik daarboven had, meer licht, meer vrienden, meer cranberry's en meer kabouters die er in de paddenstoelen wonen. als het regent, komen er enorme stromen van de berg. het voelt alsof ik wegspoel. er leven hier kuddes wilde paarden en als ze langs komen, is het alsof ze me plat zullen trappen. vanachter de berg komt regelmatig een ijskoude wind die me het gevoel geeft dat mijn hersens bevriezen en dat mijn hoofd zal barsten. het is absoluut beangstigend om hier zo te zijn.

maar.. ik heb een blokhut gevonden. ik kan schuilen. ik kan naar binnen gaan wanneer ik paarden zie komen of als de lucht betrekt. ik geniet van de rust en de bloemen. ik hoef niet te rennen, ik hoef niet altijd omhoog te gaan. doe mij maar bezinning, laat mij maar even in mijn hutje. ik probeer niet bang te zijn en als er zo'n koude wind komt.. ach, met mijn ontdooide hersens denk ik al: wat ingevroren is, vergaat niet.

06-02-2010 grote gedachten, kleine stappen

Mijn grootste angst is niet het vallen en zelfs
het neerkomen schrikt me niet het meest,
ik weet dat het pijn zal doen en hoe traag mijn schrammen genezen,
ik weet dat de grond hard is en hoe opgezet blauw mijn lijf kan zijn,
maar daar kan ik mee leven
hinkend kom ik sneller
dan huilend om een gebroken been

wat mij het meest beangstigend is
het idee dat ik
op moet staan om
te lopen in een
wereld die ik lang niet ken.

17-02-2010 hij die niet gezien wil worden

Tegenover me zit een jongen met donkerbruin haar, net iets te lang, net niet sluik. Hijzelf is lang en hij heeft een bleke huid. Ik ben hier gaan zitten, gewoon omdat ik hem wat beter wilde bekijken. Hij belt als ik bij hem kom zitten en daarna zit hij met zijn neus in dat dikke boek. Natuurlijk, ik doe ook mijn dingen, alsof ik héél druk bezig ben!

Want zeg zelf, het valt niet op dat hij opeens weer terug bladert en begint te lezen op bladzij 10. Het valt niet op dat ik mijn pen regelmatig stilhoudt omdat ik eigenlijk niet weet wat ik te schrijven had.

Nee, ik kijk vanuit mijn ooghoeken naar hem en hij gluurt terug. Ik druk mijn neus tegen het raam: staan we stil, gaan we veel trager of lijkt dat maar zo? Ik voel zijn ogen prikken. Ik kijk via het donkere raam naar hem en hij kijkt terug.

We hebben elkaar niets te zeggen. Ik stop het schrift in mijn tas, ik pak mijn handschoenen en mijn muts. Ik kijk hem aan: 'je schreef toch niet over mij?' 'Nee,' zeg ik, 'dit is mijn dagboek en ik schrijf over wat ik heb gedaan vandaag, maar aan jou was ik nog niet toegekomen.' ik ken je niet, ik zou niet weten wat ik over je schrijven zou

'Gelukkig!' Nee, want deze -mij totaal onbekende jongen- wil toch niet dat er weer iemand ongevraagd een stukje over hem op internet blogt!

05-03-2010 als een visstick uit de vriezer

ik ben een visstick, of ik gedroeg me als een visstick: terwijl het leven doorleefde, de wereld bleef draaien, lag ik opgesloten in een doosje in de vriezer. ik wist dan wel niet wat ik moest doen de hele dag, maar ik hoefde niets, het was wel makkelijk, alleen maar liggen. af en toe opende jij de vriezer, je keek erin, je legde de doos recht, je pakte er een boterham uit of je kwam aanlopen met de ijsman die jou voor 17,50 ijsjes en patat had verkocht.

ik voelde me niet nuttig, ik wist niet wat ik moest doen, maar goed.. buiten de vriezer zou de wereld draaien, dan zou ik de mensen moeten begrijpen, dan zou ik mijn hoofd moeten ontdooien en functioneren. nee.. al dat denken, al dat doen en al die dingen die ik niet begrijp! ik bleef wel liggen. of dat is niet volledig waar, ik wilde er uit! in een vriezer liggen is niet leuk, in een vriezer, vries je dood. ik wilde de wereld zien, ik wilde met je mee, ik wilde dingen ondernemen, ik wilde lol maken. ik wilde nieuwe mensen en andere vissticks ontmoeten, ik wilde niet in een donkere doos liggen in de hoop dat ik er ooit uit zou komen. maar jouw dingen waren zo anders dan de mijne, met bevroren hersens naar het schaatsen kijken of met een ingevroren lijf in youtube duiken.. dat bleken net de dingen te zijn waar ik minder goed in was, of die mijn interesse niet hadden.


ik probeerde het ook zonder jou, zomaar een wandelingetje maken, de zon voelen op mijn bevroren huidje en met visverkopers praten. toch wilde ik niet bij je vandaan, je was vertrouwd, ik hield van je. behalve dan dat je de vriezerdeur wel eens open deed, had ik ook echt leuke dingen met je meegemaakt, we hadden van alles ondernomen, je vertelde me over zout op het eten en roomboter. dat je daar nu niets over te vertellen had en dat ik je niet kon zeggen hoe je me moest frituren.. goed, ik hoopte dat het van tijdelijke aard was. het was of zag je me niet proberen, dan probeerde ik zo hard iets zinnigs te doen! al was het maar wat ijs vanuit de doos los schrapen. je duwde de doos gewoon terug. je zei me dat ik moest ontdooien, maar je deed de deur van de vriezer dicht, nog voordat ik eruit kon klimmen.

definitief dicht: de deur gaat niet weer open. het doet er niet toe hoe hard ik schreeuw en hoeveel ijs ik losmaak van de vriezerwanden, je wilt me niet meer zien. natuurlijk, als jij niet meer in de vriezer kijkt, heb ik hier niets te zoeken! ik ben niet langer blijven liggen en inmiddels lig ik te ontdooien op het aanrechtblad. bij een visstick van meer dan 60kilo duurt dat eventjes, zoals alles bij mij wat langer duurde, maar ik ben in beweging gebleven. ik kijk nu hoe mijn huid ontdooit, ik ga eens verliggen, want goh.. wat een ruimte buiten de doos! het is wel beangstigend: ik weet niet wat al die geluiden en al die schaduwen betekenen, ik word hardhandig aan de kant geduwd als iemand bij het aanrecht wil en er komen grote, onbekende wezens langs. maar ik ben uit de vriezer!

ik ben het zat om ingevroren te zijn. ik weet niet waar ik nu heen ga, of ik uitkom in de frituurpan of dat ik zal proberen of de vis in mij, kan zwemmen in de vijver in de achtertuin. ik kijk gewoon wat om me heen, ik glimlach en de wereld lacht terug. ik zet stapjes, of vinnen, hoe het maar mag heten bij een vis. ik kom vooruit. ik word soms terug gesmeten, ik val en ik sta weer op. en dát, dat is wat ik je zou willen zeggen: ik zet vinnen, ik val en ik sta op. ik ben de vriezer uit en ik zou willen dat je me zag zwemmen, dat je zag hoe ik een vis met beweegbare ribben ben geworden!

ik mis je, als een visstick uit de vriezer

18-07-2010 over de vrachtwagens en de komeet

In mijn hoofd zit, zoals in ieders hoofd, een wegennetwerk. Op de wegen rijden vrachtwagens met informatie, alle info die binnen komt via mijn zintuigen, wordt op vrachtwagens geladen en rond gereden naar de juiste verkeersregelaar. De informatie wordt verwerkt en samen gevoegd tot nieuwe informatie (die gil en dat gerolder-bolder, betekent dat er iemand van de trap is gevallen, aangezien ik de stem herken, weet ik dat persoon X nu waarschijnlijk onderaan de trap ligt), hieruit trek ik conclusies en besluit ik over te gaan op actie (laat ik eens gaan kijken). Een andere verkeersleider stuurt vrachtwagens door mijn lichaam om het in beweging te krijgen. (Goh been, ga jij eens stappen zetten.)

Toch, er is iets mis! Ergens midden in mijn hoofd, links bovenin om precies te zijn, is een komeet ingevallen. Hij ligt hier midden op de weg. Verschillende vrachtwagens moeten omrijden, regelmatig ligt de hele verkeerssituatie overhoop. De informatie die binnen komt via mijn oren, kan niet gefilterd worden en alle lawaai, alle ruis wordt meegenomen naar binnen. Er zijn extra vrachtwagens nodig, want ook het geluid van de auto die toetert, de trein die langs rijdt, de lach van de mevrouw aan de andere kant van de straat, het fluitende vogeltje, de ademhaling van mijn gesprekspartner, alles gaat mee! En daar rijden ze, al die vrachtwagens. Om de komeet heen, via een ingewikkelde route, naar de verkeersleider. Het duurt wat langer, het kost meer energie, maar ze komen aan. De verkeersleider probeert alle informatie te verwerken en er een mooi verhaal van te maken: gesprekspartner zegt zus, ademt zo, het vogeltje gaat harder fluiten, de trein is voorbij. Oké, ik kan het niet volgen. Als er dan ook nog een mevrouw lacht, verderop wordt nog een gesprek gevoerd, mijn gesprekspartner heeft een irritante tik en ik ga maar mee in de beweging van die hand die steeds op tafel tikt, er is achtergrondmuziek, de bank wiebelt, ik word aangestoten, iemand anders mengt zich in het gesprek, er worden onnodig veel details verteld.. ik volg het niet meer. Mijn vrachtwagens rijden af en aan, er komt allemaal informatie binnen, er is geen hoofdlijn, alles is belangrijk en ik raak verdwaald wanneer ik om de komeet probeer te rijden, of ik sta in de file, of.. het lukt gewoon niet. Het overvalt me.

Soms hè, dan is er zoveel. Er wordt hier een stadje gebouwd langs de weg, er rijden vrachtwagens met bouwmaterialen. Het zwembad komt in de achtertuin van het 14e huis. Andere wagens rijden verder, ik zie van alles gebeuren. Er worden opeens onverwachte dingen van me gevraagd. Plotseling komt vriendin X langs, of ik ben mijn boodschappenlijst vergeten en ergens achter de komeet liggen dingen die nog moeten gebeuren, maar had ik nou wel of niet eieren nodig? En wat zou ik nog extra kopen? Wat had ik me ook al weer voorgenomen? Mijn vrachtwagens kunnen hard rijden en ik ga door tot de laatste druppel benzine, maar die komeet hè, ik kom er maar niet door heen!

Ik weet niet meer wat er gebeurt. De vrachtwagens staan vast. De chauffeurs weten de weg niet. Via mijn oren komen nieuwe vrachtwagens aan rijden. Mijn ogen zien meer dan ik op de wagens kan laden. Via mijn huid komt een grote wagen die overal overheen rijdt: ik heb het koud, ik heb het koud, ik heb het koud, ik..! Ik weet niet meer waar ik heen ga. Ik weet niet meer waar ik vandaan kom. Laat het ophouden! Laat al die vrachtwagens verdwijnen! Weg met alle onzin en aangezien ik het niet scheiden kan: weg met alle informatie! Ik storm. Ik storm alles wat er is, weg uit mij. Ik waai. Laat al die dingen weg blazen. Ik overspoel. Laat alles, alles wat er van me gevraagd word en alles wat ik zou, laat het weg stromen. Ga weg. Ga weg allemaal! Weg met je nieuwe lading, weg met je woorden, weg met je gebaren, weg met je gevoelens.. weg! Ga weg! Alles weg. Laat het rustig worden. Laat dit een woestijn worden met een paar lege wegen, met ja, die ene komeet in het midden. Die krijg ik niet weg. Verder kan ik alles, heel de wereld, iedereen die onderdeel uit maakt van mijn leven, laten verdwijnen.

En hier blijf ik over. Tussen het puin van een weggewaaid stadje, ergens naast een grote komeet op een kale vlakte. Alles weg gevaagd. Rust. Eindelijk tijd voor mezelf. Eindelijk zijn de anderen weg. Eindelijk wordt er niets meer van me gevraagd. Eindelijk heb ik niets, niets meer om me heen! Eindelijk mijn eigen dingen. Eindelijk ik alleen. Ik.. bij nader inzien zonder leven, zonder wat dan ook. Helemaal alleen in een woestijn met naast me een enorme komeet die me vreselijk frustreert!

En ik probeer het weer. Een nieuwe stad bouwen, met een nieuw zwembad in de tuin van het 14e huis, met nieuwe vrachtwagens en nieuwe lading. Totdat ik vast loop, ik op geef, de storm alles weg blaast. En ik besluit de volgende keer een zwembad te graven in de tuin van het 13e huis.

03-08-2010 Bobby was een genie


Bobby was geniaal. Niet geniaal als in: ontzettend slim, maar geniaal als in: heel cool en heel stoer. Beertje, zijn vriendje, vond dit ook.

Bobby was al vijf toen hij bij me kwam. Wie koopt er een hoogbejaarde, doodzieke cavia in een verrot kooitje? Juist ja.. je laat een cavia toch niet zomaar creperen in een ruimte waar hij niet uit gehaald wordt, waar hij amper zijn kont kan keren en waar hij niet de juiste voeding krijgt! En hier zat ik met een cavia waarvan ik dacht dat hij binnen een week dood zou zijn.. Hij was opvallend rustig, hij bleef op schoot zitten, ik kon alles met hem doen. Heel tam of doodziek? Toch, hij knapte op! Hij leerde weer lopen met behulp van veel blaadjes witlof, verspreid over de vloer. Hij kreeg andere brokken en ik had het gezellig met hem. ´s Ochtends ontbeten we samen, ik met mijn boterhammen, Bobby op schoot met zijn worteltje. Als ik hem op de vloer zette, liep hij een rondje en hij kwam bij me als ik hem riep.

Algauw besloot ik te proberen hem een vriendje te geven. Op internet vond ik een advertentie van een oeps-nestje en ik kon komen kijken. Bobby begreep het niet.. wat dit nou was? Twee van die kleine piepende dingetjes om hem heen.. en maar aan hem komen en maar snuffelen en maar rennen! Dat had hij eerder niet meegemaakt! Hij zat er maar een beetje bij, vreemd te kijken.. Goh, dus dit bleken soortgenoten te zijn! Er zouden nog twee weken komen voordat de kleintjes het nest uit mochten, dus ik ben nog een paar keer met Bobby langs geweest en hij ging het al iets beter begrijpen. Uiteindelijk heb ik het leukste, mooiste oeps-kleintje meegenomen en dat was Beertje. Samen in de nieuwe kooi, samen in het enige huisje liggen wat ik toen had. Bobby was ontzettend sloom, nogal een sufkop en veel te goed voor deze wereld. Beertje was heel klein en nam Bobby tot zijn grote voorbeeld. Ja, ook nadat Beertje in de pubertijd kwam, was Bobby de baas. Als ik Bobby op schoot nam, sprong Beertje paniekerig door de kooi. Als ik Bobby op de vloer zette, hobbelde Beertje vrolijk achter hem aan. Als Bobby op de meest knusse plek van mijn kamer lag, onder de bureaukast, lag Beertje ernaast. Wanneer ik Bobby oppakte en hij zijn zeurende piepje horen liet, kwam Beertje er meteen op af. Onafscheidelijk! Het kwam wel eens voor dat ik Bobby uit de kooi had gehaald en dat Beertje hem dan niet vinden kon. Beertje floot en riep, hij rende rondjes, maar Bobby reageerde nooit. Alsof hij het niet begreep en hij begreep wel meer niet.

Bobby was nergens bang voor.. Echt helemaal nergens bang voor. Komt er een hond op hem af die aan hem snuffelt, Bobby blijft rustig liggen. Laat ik de waterkoker vallen, pal naast de caviakooi, Bobby kijkt niet op of om. Heb ik iets nieuws bedacht, een tunnel op de vloer of een doos met gaten erin, Bobby stampt er dwars doorheen. Hij wil aan de overkant zijn, daar ligt de groente! Hij snapte niet alles, als ik het gras in de hooibal snapte, wist Bobby niet hoe hij het eruit moest krijgen. Als ik groente in een doos verstopte, was Bobby de enige cavia die er steeds in vast kwam te zitten. Mijn andere cavia´s hadden er nooit last van.. (Ik ben toch maar met die tactiek gestopt, blijkbaar was het niet volledig veilig.) Als er eten was, was Bobby blij! Bobby lustte alles en hij at overal. In tegenstelling tot andere cavia´s die hun eten meenamen naar een huisje, begon Bob direct te eten. Door Bobby zijn enorm chille houding, is Beertje ook heel rustig geworden. Iets minder suf en veel slimmer, maar behoorlijk goed in stilzitten en zolang Bobby bij hem was, was hij helemaal niet schrikachtig. Ik heb ook twee caviadames is een andere kooi. Beertje ging regelmatig bij hen op bezoek maar altijd kwam hij thuis bij Bobby. Hij bleef er nooit, hij at alleen wat brokken, hij zat even achter ze aan en besloot vervolgens weer terug te gaan naar Bobby.

Mijn Bobby.. gister heb ik hem begraven. Ergens waar het gras altijd groen is en waar geen auto's komen. Beertje heeft het dode lijfje nog gezien, hij leek het niet helemaal te snappen. Hij heeft Bobby uiteindelijk niet meer zo zien aftakelen, het lijfje was al een paar uur dood. Misschien heeft Beertje hem niet herkend, ik weet het niet.. Inmiddels leert hij dat het eten bij zijn nieuwe vriendinnetjes ook erg lekker is en dat hij misschien ook wel in die kooi kan thuiskomen.

Ach.. hij was oud, hij was ziek, hij was verwaarloosd. Toch, ik heb gezien dat een cavia enorm op kan knappen van een beetje gezond voedsel en een vriendje. Ik heb gezien dat de cavia waarvan ik had gedacht dat hij binnen een week dood zou zijn, enorm op geleefd is. Mijn Bobby, de domste cavia die ik ken. Wat ben ik trots op hem!(l)





06-12-2010 vleugels spreiden

Het was duidelijk dat ik een eendje was, zo'n lelijk eendje. Je kent het wel. Ik waggelde onhandig, ergens buiten, ergens achter een groep, maar ik hoorde er steeds niet bij. Ik kon niet zwemmen, ik kon niet vliegen. Wat kon ik eigenlijk wel?

Jij zag me. Je sprak me aan. Je vertelde dat ik zoveel mooier was, dan dat ik had gedacht. Je leerde me vliegen, je hield me vast. Je verbond mijn vleugeltje nadat ik was gevallen en je gaf me extra chocola. Dat deed je altijd als je je niet goed voelde: chocola eten, depressieve muziekjes draaien en televisie kijken. (Dat die muziekjes me neerhaalden, dat de tv me overprikkelde en dat ik ziek word van teveel zoetigheid, wilde jij niet weten.) Je leerde me opstaan en opnieuw proberen. Je leerde me verder kijken. Je zei me dat ik een mooie zwaan zou worden en je hield me vast. Ik geloofde je en ik geloofde alles wat je zei. Ik ging met je mee.


Bij jou thuis gekomen, kreeg ik te eten, meer en meer. Je gaf me zoveel chocola, je gaf me koekjes, je gaf me alles wat ik je vroeg. Je vijzelde mijn zelfvertrouwen op, je liet me zien hoe ik groter werd. Af en toe vertelde je me hoe slecht je het had (gehad) en dan kroop ik tegen je aan, of ik liet je alleen wanneer je erom vroeg. Je was belangrijk voor me. Je had me veel geleerd, je had me veel gegeven. Ik vertrouwde op je en ach.. die nare dingen hoorden er ook bij. Het leven is niet alleen maar rozengeur en maneschijn, dat had ik al zoveel eerder begrepen. Soms hield je me vast, rechtop, met je grote hand om mijn hals, waarbij heel mijn lijf pijnlijk bungelde en ik niets kon bewegen. Met je andere hand zette je een klem op mijn mond en je stouwde, je stouwde van alles naar binnen! Ik liet het gebeuren. Soms ook vroeg ik erom: hé schat, raak je me nog eens aan? Dat deed je. Het deed er niet toe hoe ziek ik was en hoe het voor me voelde. Jij was zoveel groter, zoveel sterker dan ik. Jij kon me makkelijk aan en ik wist me niet te verzetten. Behalve dan dat je weg zou gaan, dat je nooit meer naar me zou kijken, dat niemand dan nog zou zien hoe ik opgroeide tot een prachtige zwaan.

Ik wist dat de aandacht ophield bij het voeren. Je zei me wel eens dat mijn veren vies waren, of dat mijn waggel nog steeds heel lelijk was. Je liet me niet meer bij je komen, je keek me niet meer met je puppy-oogjes aan. Er was niets anders nog over dan de momenten van het eten en ik probeerde met je te praten. Zoals ook jij probeerde te praten, maar alleen op de momenten dat ik zo ziek was dat ik niets kon antwoorden. En dan gingen we weer.. Kom op, ogen dicht en doorbijten! Laten gebeuren, afsluiten. Met een beetje geluk is het over een kwartiertje alweer over. Niet klagen. Gewoon.. even wachten. Het ging heel ver. Dat wist ik wel. Maar ja, ik was zo'n lelijk eendje en jij had het zo slecht. Je kon het zelf niet helpen en ik geloofde, of beter, ik wanhoopte dat het allemaal weer over zou gaan, dat ik groot zou worden als ik maar genoeg zou eten.

Het is niet over gegaan. Het werd alleen maar erger, eindeloos erger. Ik heb het laten gebeuren, voor mij was het normaal. Jij weet niet eens wat je hebt gedaan. Of later, nu veel later, hoor ik dat je het wel hebt geweten. Dat je je deels bewust was, of voor zover je dat wilde zijn, van alles dat je deed. Het dwangvoederen, de mooie praatjes, de pijnlijke dingen die je ook nog zei en hoe je echt veel sterker was..

Mijn God, mijn liefste! Je hebt me honderd keer geslacht!

23-02-2011 fata morgana

jij bent mijn fata morgana
mijn droom
mijn hoop
mijn toekomstperspectief

jij bent mijn doel
de oase in de woestijn
jij werpt je schaduw in de brandende zon
jij belooft me licht
nu ik in het donker wacht

ik blijf naar je zoeken
voor je vechten
doorgaan voor de warmte
in de kille nacht


jij bent mijn fata morgana
het licht, het water
te mooi om waar te zijn
in mijn droogte
zonder toekomstperspectief

20-05-2011 soep soep pan

Alsof mijn hoofd een soeppan is. En er ligt altijd wel wat in, wortels van herinnering, gebonden champignons van hoe het voelde, helderde groentesoep met ondefinieerbare stukjes. Ik denk, ik voel, ik ervaar, ik herinner en alles gaat in de soep. Soms is mijn hoofd rustig en ik weet nog wel, dat gesprek van gister, die mooie ontmoeting van vorige week, die bijzondere ervaring van vorig jaar en hoe ik jaren geleden, opeens leerde wat ik nu in praktijk breng. Ik ben gelukkig met alle stukjes, alles wat ik heb. Ik ben blij te zijn zoals ik ben, ook al kan ik wat hier drijft niet benoemen en al weet ik niet waar deze kleur vandaan komt. Er zijn dagen, en het worden er weer meer, dat er van alles naar binnen gegooid wordt. Ik hoor verhalen vol emoties, ik zie gezichten, ik voel de mensen om me heen. Ik kan het niet afsluiten, mijn deksel ben ik kwijt. In mij ervaar ik steeds meer en het wordt een steeds grotere brij. Er is gene overzicht, geen definitie. Er is alleen maar.. verwarring, prikkels, stress. Ik kan de pan niet afgieten. Ik weet allang niet meer wat er gebeurt. Was dit de bloemkool en had ik de balletjes al gedraaid? Terwijl heel de wereld blijft draaien en om me heen te veel gebeurt. En alles, álles wordt naar binnen gegooid.

Natuurlijk zijn er honderd dingen die ik zou willen en ik wil alles doen, alles ervaren, heel de wereld proeven en proberen wat er te proberen valt. Ik wil rennen, ik wil vliegen. Ik wil zoenen, ik wil lachen. Ik wil huilen, ik wil knuffelen. Ik wil de zon op mijn huid voelen en ook de regen. Ik wil me losrukken, ik wil me verbinden. Ik ben niet moe.

Toch.. wat ik ook wil, het lukt me niet! Ik kan het wel, maar ik kan het niet. Fysiek ben ik tot veel in staat, ik ren tot aan de rand van de wereld en ik duik, vol enthousiasme de grote wereld in. Totdat ik vast loop en ik niets nog kan plaatsen. Ik weet niet waar ik ben, ik hoor niet wat er gezegd wordt, ik kan geen informatie opnemen en eigenlijk voel ik me hopeloos verloren. Van het ene op het andere moment, ben ik nergens meer toe in staat. Van het ene op het andere moment, weet ik het niet meer, weet ik niets meer. Het is te veel geweest, te veel informatie, te veel indrukken, te veel prikkels, te veel geluid, te veel mensen, te veel licht, te veel, te veel..

En ik zweer je, ik zou alles willen en ik zou alles voor je doen, maar de pan loopt over.