zaterdag 23 april 2011

goede overwinning vrijdag

Hij stond hier. Eerst achter de flat, of de flat van de buren, en daarna ervoor. Hij had twee vrienden bij zich tegen wie hij heel interessant liep te doen. Ze gingen buiten zitten, hier op het binnenplein. Ik ben er naar toe gegaan. Ik ben er bij, er vlak buiten gaan zitten. Ze hebben me kunnen zien, maar niemand keek. Natuurlijk zat hij in het midden. Hij werd gebeld. En opnieuw. En opnieuw. En nog eens. Tussendoor hing hij allerlei verhalen op, de mooiste, grootste en interessantste verhalen die je je bedenken kunt. Hij is aanwezig. Terwijl ik daar zat, en ik zat daar om naar hem te kijken, maar ik durfde niet te kijken.. Terwijl ik daar zat, wist ik het weer: ik ben niet belangrijk voor hem. Ik doe er niet toe. De wereld draait om hem en om hem alleen. Want hij is de beste, de grootste, de stoerste, de meest interessante jongen die je je kunt bedenken. Hij heeft overal verstand van en hij weet alles beter. Hij wordt gebeld, hij regelt van alles, want hij is belangrijk. Alleen hij, alleen hij is belangrijk.

Ik zag het weer toen hij hier voor me zat. En ik ben opgestaan, geen zin om hulpeloos naar hem te blijven kijken terwijl ik vast iets beters te doen heb. Ik ben opgestaan en ik heb hem aangesproken. Ik heb alleen gezegd dat ik hem aan wilde kijken, ik heb niet eens contact gemaakt. Ik keek naar zijn spiegelende brillenglazen, naar zijn frisgewassen en pas geschoren gezicht. Dat was beter dan ik me had voorgesteld en beter dan ik van hem gewend was.

Ik heb hem aan gekeken en ik ben niet bang, niet bang voor hem als persoon.

Geen opmerkingen: